direct naar inhoud van 6.2 Resultaten relevante onderzoeken
Plan: Projectbesluit Hollander 6a
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.1640.PB10HyHollander6a-VG01

6.2 Resultaten relevante onderzoeken

Voor het gewenste projectbesluit zijn de navolgende onderzoeken uitgevoerd, dan wel de noodzaak daartoe beoordeeld:


• Bodemonderzoek:

Om het gevraagde projectbesluit te nemen, dient eerst onderzocht te worden of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Dit is vastgesteld door middel van een bodemonderzoek. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het gewenste gebruik. De samenvatting en conclusies van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 5.


• Archeologie:

Via de kaart op de website van Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie (KICH) is bekeken of er sprake is van archeologische waarden. Uit onderstaande kaart is op te merken dat de locatie is gelegen in een gebied meteen middelhoge verwachtingswaarde. In de nabijheid van de locatie zijn geen vindplaatsen bekend. Vervolgens is de quickscan uit de handreiking ruimtelijke ontwikkeling van de Provincie Limburg doorlopen. In deel 2 met betrekking tot grootte en ligging van het perceel wordt aangegeven dat een archeologisch onderzoek niet nodig is als het
plangebied kleiner is dan 2500 M2 en er geen archeologische vondst of terrein binnen een straal van 50 ligt. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Een argument extra is dat er door de aanwezige nog te slopen gebouwen al een zodanige verstoring van grondlagen heeft plaatsgevonden dat ook al om die reden een onderzoek niet zinvol is.

Volgens de concept archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Leudal ligt de projectlocatie in een gebied met een lage verwachtingswaarde. In dat geval is een onderzoek naar archeologische waarden aan de orde, als de projectlocatie groter is dan 10.000 rm2. Ook volgens de gemeentelijke kaarten zijn geen vondsten of waarnemingen in de directe omgeving van de projectlocatie bekend. De conclusie is derhalve dat er geen archeologisch onderzoek nodig is.


• Flora en Fauna:

In het kader van de Flora- en Faunawet van april 2002 moet worden beoordeeld of de realisatie van een nieuw plan een verstoring van beschermde dier- en plantensoorten betekent. In beginsel is de site van de provincie Limburg geraadpleegd.

Broedvogels Planten

afbeelding "i_NL.IMRO.1640.PB10HyHollander6a-VG01_0006.jpg"
Figuur 2: uitsnede Natuurgegevens provincie Limburg


Nabij de projectlocatie komen de volgende soorten vogels en planten voor:


Broedvogels: Patrijs

Veldleeuwerik

Holenduif

Planten Havikskruid
Schermhavikskruid

Kruipwilg


Op de projectlocatie zelf zijn geen te beschermen planten en broedvogels waargenomen. De invloed van het project op de habitat van genoemde vogels en planten mag worden verwaarloosd. Het project wordt immers gerealiseerd op een locatie waar reeds bebouwing aanwezig was, waarin een melkveehouderij werd gedreven. Het project wordt gerealiseerd met respect en met het behoud van zoveel mogelijk aanwezige bomen. Daarnaast is met de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de hiervoor genoemde soorten die in het gebied voorkomen. Op die manier wordt de habitat voor die soorten juist versterkt. Ook de clustering van het project aan de al aanwezige bebouwing brengt met zich mee dat er nauwelijks sprake kan zijn van een nadelige beïnvloeding van de habitat van genoemde soorten planten en dieren. Verder is van belang dat het grondgebruik, in gebruik bij initiatiefnemer, niet of nauwelijks wijzigt met het project. Ook nu al heeft initiatiefnemer een groot deel van zijn gronden akkerbouwmatig in gebruik. De conclusie is derhalve dat er geen aanvullend onderzoek nodig is.


Akoestisch onderzoek:

Op de projectlocatie geldt een milieuvergunning voor een melkveehouderijbedrijf met

bijbehorende activiteiten. In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de afstanden die in het kader van de geldende regelgeving in acht genomen moeten worden. In de besluitvorming kan worden meegenomen dat de afstand van de huidige bedrijfsgebouwen en de geluidsuitstraling die op grond van de geldende milieuvergunning is toegestaan ongunstiger is in vergelijking met de nieuwe bedrijfsfopzet. In de nieuwe bedrijfsopzet zal worden voldaan aan de voorschrfiten die op dit gebied voortvloeien uit het Besluit Landbouw. Een onderzoek wordt om die reden niet noodzakelijk geacht.