direct naar inhoud van 4.2 Provinciaal beleid
Plan: Projectbesluit Hollander 6a
Status: vastgesteld
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.1640.PB10HyHollander6a-VG01

4.2 Provinciaal beleid


Reconstructieplan Noord en Midden Limburg

Het project heeft geen betrekking op intensieve veehouderij. Een verder behandeling van het reconstructieplan kan om die reden hier achterwege blijven.


Provinciaal omgevingsplan Limburg

Op 22 september 2006 is het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (hierna POL) door Provinciale Staten van Limburg vastgesteld. Het POL integreert het beleid zoals tot dusverre was opgenomen in diverse afzonderlijke beleidsplannen met hun herzieningen en uitwerkingen tot één plan voor de fysieke leefomgeving van het grondgebied van de provincie Limburg. Het POL heeft de wettelijke status van streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en hoofdlijnen van het provinciaal verkeers- en vervoersplan.


Het landelijk gebied biedt van oudsher ruimte aan de landbouw, grote bos- en natuurpartijen en water. Een rustig gebied met een aantrekkelijk en gevarieerd landschap. Op tal van terreinen is een kwaliteitsslag aan de orde. Naast landbouw, toerisme en vrijetijdseconomie geldt dat ook voor bijvoorbeeld natuur, water en landschap. Provinciaal worden daarbij kansen gezien voor het combineren van rode ontwikkelingen met het versterken van landschap en cultuurhistorische waarden en de verdere ontwikkeling van natuur. Voor projecten als het onderhavige project wordt
op daartoe geschikte plekken ontwikkelingsruimte geboden voor volwaardige agrarische bedrijven, mits de gebiedskwaliteit als geheel er op vooruit gaat. In de POL-uitwerking BOM+ is hiervoor een systematiek uitgewerkt.


In het POL is het projectgebied aangeduid als "Vitaal landelijk gebied (P4)". Zie figuur 2.


Omschrijving "Vitaal landelijk gebied (P4)":

Het perspectief Vitaal landelijk gebied (P4) omvat overwegend landbouwgebieden met een van gebied tot gebied verschillende aard en dichtheid aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Het gaat om gebieden buiten de beekdalen, steile hellingen en de ecologische structuur van Limburg. Soms gaat het om oude bouwlanden, waarbij een gaaf cultuurhistorisch kavel-, wegen- en bebouwingspatroon samengaat met monumentale bebouwing en landschappelijke openheid. Andere kwaliteiten die hier kunnen voorkomen zijn stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, hydrologische bufferzones rondom natte natuurgebieden of leefgebied voor ganzen en weidevogels. Binnen Noord en Midden Limburg valt het perspectief vrijwel overal samen met verwevingsgebied intensieve veehouderij.


Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden in belangrijke mate bepaald door de landbouw. Daarnaast wordt in deze gebieden extra belang gehecht aan verbreding van de plattelandseconomie. Bijvoorbeeld door het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de toeristische sector, voor verbrede landbouw en voor kleinschalige dienstverlenende bedrijven (o.m. in vrijkomende agrarische gebouwen), zonder dat dit tot problemen leidt voor de aanwezige landbouwstructuur. De bestaande landbouwbedrijvigheid in al zijn vormen kan zich hier verder ontwikkelen, al zijn er wel beperkingen voor de niet-grondgebonden landbouw. Zo is doorontwikkeling tot (zeer) grote bedrijfslocaties voor de intensieve veehouderij of glastuinbouw voornamelijk in de regio Peelland mogelijk (zie
Reconstructieplan, 2004). Via de systematiek van BOM+ kan de doorontwikkeling van functies gepaard gaan met respect voor cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit én versterking van de omgevingskwaliteiten.


afbeelding "i_NL.IMRO.1640.PB10HyHollander6a-VG01_0005.jpg"
Figuur 2: Uitsnede Provinciaal omgevingsplan Limburg


Het project is gepland in een gebied dat als P4 is aangeduid. Het project betreft de omvorming van een verouderde melkveehouderij naar een goed uitgerust akkerbouwbedrijf annex paardenhouderij. Het project past daarmee uitstekend in een P4-omgeving. Door de landschappelijke inpassing en tegenprestatie, zoals de sloop van oude in onbruik geraakte gebouwen, gaat de ontwikkeling die met het project wordt beoogd gepaard met respect voor de landschappelijke kwaliteit én met versterking van de omgevingskwaliteiten.


Bouwkavel op maat plus

Vanaf 11 september 2003 is de POL-uitwerking 'Bouwkavel Op Maat Plus' (BOM+) van kracht. BOM+ heeft als doel om bedrijfsontwikkelingen mogelijk te maken en tegelijkertijd winst te behalen in omgevingskwaliteit. Agrarische ondernemers die zich nieuw willen vestigen of willen uitbreiden, moeten aantonen op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de omgeving. Of anders gezegd, wanneer de uitvoering van plannen van een ondernemer effecten heeft op de omgeving, moet deze een vergelijkbare tegenprestatie leveren, gericht op de verbetering van de omgevingskwaliteit. De ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw zijn gekoppeld aan de perspectieven van het POL.


In het POL is het projectgebied met het perspectief P4 aangeduid. Via de systematiek van BOM+ is doorontwikkeling van functies mogelijk.


Voor het project is een landschappelijke inpassing en tegenprestatie opgesteld. Deze

landschappelijke inpassing en tegenprestatie is opgenomen in bijlage 3.


Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg:

In de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling Limburg wordt voor het buitengebied in het algemeen verwezen naar het POL, inclusief de POL-uitwerking BOM+. Met deze handreiking wordt beoogd te
komen tot een meer ontwikkelingsgerichte aansturing van de ruimtelijke ordening, om binnen de provinciale beleidskaders te komen tot meer slagvaardigheid en kwaliteit in de doorwerking van de ruimtelijke ordening. Omdat het Pol en de POL-uitwerking BOM+ hiervoor al uitgebreid zijn behandeld wordt aan de handreiking verder geen aandacht meer geschonken.


5.3 Gemeentelijk beleid

Het vigerend gemeentelijk beleid is af te leiden uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan.


Bestemmingsplan Buitengebied 1999:

De projectlocatie is in het huidige bestemmingsplan bestemd als Agrarisch Gebied (A). De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor:


• De uitoefening van een duurzaam agrarisch grondgebruik.


• Het behoud van de op de kaart voor ruimtelijke karakteristiek en ontwikkeling

aangegeven bestaande waarden.


• Het zoveel mogelijk stimuleren van de op de kaart voor ruimtelijke karakteristiek en

ontwikkeling neergelegde wenselijke ontwikkeling.


• Recreatief medegebruik van wegen en paden.

De projectlocatie is gelegen in deelgebied 2 "Visschenteert". Onder 2.2 van art. 8 is omschreven dat in dit gebied de bescherming van de openheid en de kamerstructuur uitgangspunt is.

Nieuwvestiging van melkveehouderijbedrijven is mogelijk. Het voorgenomen project is niet in overeenstemming met de hiervoor omschreven bestemming. Het project is bestemmingstechnisch aan te merken als een nieuwvestiging op de gewenste locatie. Het betreft geen melkveehouderij.

Op grond van het bepaalde in lid 8.1, in samenhang met het bepaalde voor het deelgebied "Visschenteert" wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor wijziging van de bestemming Agrarisch gebied in "agrarisch bouwblok".


Het project kan worden gezien als een verplaatsing van een bouwblok van Hollander ongenummerd (zie foto 1), binnen het zelfde kadastrale perceel naar de locatie Hollander 6a. Daarnaast zijn er gebouwen aanwezig op de locatie Hollander 6a, die op grond van overgangsrecht daar aanwezig mogen zijn. Gekeken naar de bescherming van de openheid in het gebied "Visschenteert" zoals omschreven onder 2.2 van art. 8 is de wens om een akkerbouwbedrijf annex paardenhouderij te vestigen op de locatie Hollander 6a in overeenstemming met dit beleidsuitgangspunt. Immers medewerking aan dit projectbesluit behelst tevens een intrekking van een vigerend bouwblok (Hollander ongenummerd) binnen het zelfde kadastrale perceel. Een daartoe strekkend verzoek zal

gelijktijdig met de indiening van deze onderbouwing worden ingediend. Een afschrift van dit verzoek is opgenomen in bijlage 4 van deze onderbouwing, als onderdeel van de privaatrechtelijke overeenkomst. Tevens is de intrekking van bedoeld bouwblok en het afzien van het benutten van het bouwblok door verzoeker of zijn eventuele rechtsopvolgers als onderdeel van de tegenprestatie in de privaatrechtelijke overeenkomst (bijlage 4) opgenomen.