direct naar inhoud van Artikel 3 Centrum
Plan: Centrum Heythuysen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1640.BP13CentrumHeythuy-VO01

Artikel 3 Centrum

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel, met uitzondering van een supermarkt;
  • b. horeca van categorie 1;
  • c. horeca van categorie 2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2';
  • d. een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' en uitsluitend op de begane grond;
  • e. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt';
  • f. kantoor;
  • g. dienstverlening;
  • h. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond;
  • i. wonen, ter plaatse van de aanduiding 'wonen';
  • j. wonen, uitsluitend op de verdieping, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen op verdieping';
  • k. de uitoefening van:
    • 1. een bedrijf aan huis (artikel 1.17), zoals vermeld in categorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen, in hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk op een oppervlak van in totaal maximaal 30 m² en/of;
    • 2. een beroep aan huis (artikel 1.21) in hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk op een oppervlak van in totaal maximaal 80 m²,

met dien verstande dat:

-   bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder 1 en 2 de totale maximale oppervlakte van 80 m2 niet overschreden wordt;  
-   maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis.  
  • l. cultuur en ontspanning;
  • m. een zorgwoning, ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning';
  • n. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - monument rijk' en/of 'specifieke vorm van waarde - monument gemeente';
  • o. een nutsvoorziening, ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening';

met de daarbij behorende:

  • p. opslag ten dienste van de hoofdfunctie;
  • q. wegen en paden;
  • r. groenvoorzieningen;
  • s. parkeervoorzieningen;
  • t. voorzieningen van algemeen nut;
  • u. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.
  • b. Het bouwperceel mag, binnen het bouwvlak, volledig worden bebouwd, tenzij ter plaatse een maximum bebouwingspercentage is aangeduid, waarbij dit aanduide maximum niet overschreden mag worden.
  • c. Er mogen geen nieuwe woningen worden gerealiseerd.
  • d. De diepte van bedrijfsgebouwen mag vanaf de eerste verdieping niet meer bedragen dan 15 meter.
  • e. De goothoogte en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan.
  • f. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van waarde - monument rijk' en/of 'specifieke vorm van waarde - monument gemeente' dient in acht te worden genomen.
3.2.2 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen:

  • a. Bijbehorende bouwwerken c.q. overkappingen zijn uitsluitend toegelaten binnen het bouwvlak.
  • b. De maximale oppervlakte bedraagt 100 m2, met in achtname van het bepaalde onder 3.2.1 onder b.
  • c. De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter.
  • d. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter.
  • e. De minimale afstand tot de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw bedraagt 2 meter.
  • f. In afwijking van het bepaalde onder d. mogen bijbehorende bouwwerken en overkappingen tot in de voorgevelrooilijn worden opgericht indien de afstand van de bijbehorende bouwwerken c.q. overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens groter is dan 2 meter.
  • g. Indien sprake is van een garage dient de afstand van de voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter te bedragen.
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter.
  • b. De hoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter.
  • c. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De bouwhoogte daarvan mag niet meer bedragen dan 3 meter.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • d. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  • f. ter waarborging van de externe veiligheid.
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Erkers

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a voor het realiseren van een erker of een overkapping ter plaatse van de entree van de woning met dien verstande dat:

  • a. de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;
  • b. de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2;
  • c. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
  • d. de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd;
  • e. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.
3.4.2 Carport gedeeltelijk voor voorgevelrooilijn

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a en onder e. voor het realiseren van een carport tot gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn met dien verstande dat:

  • a. de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt;
  • b. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt;
  • c. het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren;
  • d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
  • e. de achterzijde van de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk;
  • f. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2;
  • g. slechts één carport mag worden gerealiseerd.
3.4.3 Aanbouw, overkapping bij hoekwoningen

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a voor het realiseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, overkapping of carport aan de zijgevel bij een hoekwoning met dien verstande dat:

  • a. de voorgevelrooilijn met niet meer dan 3 meter overschreden wordt;
  • b. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 2 meter bedraagt;
  • c. de afstand tot aan de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt;
  • d. indien een garage wordt gerealiseerd de afstand van voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter dient te bedragen;
  • e. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
  • f. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2;
  • g. het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • h. slechts een bijbehorend bouwwerk, overkapping of carport mag worden gerealiseerd.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 10 in elk geval gerekend het gebruik voor:

  • a. perifere detailhandel;
  • b. bedrijvigheid, met uitzondering zoals bedoeld in 3.1 onder d, f, g en k;
  • c. horeca in categorie 2 en/of 3, met uitzondering zoals bedoeld in 3.1 onder c;
  • d. verkooppunten voor motorbrandstoffen;
  • e. supermarkt, met uitzondering zoals bedoeld in 3.1 onder e;
  • f. wonen, met uitzondering van wonen zoals bedoeld in 3.1 onder i, j en m.
3.5.2 Monumenten

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - monument rijk' en/of 'specifieke vorm van waarde - monument gemeente' staat bij het gebruik van de gronden en het gebouw de bescherming van de cultuurhistorische waarden voorop en zijn de bepalingen van de vigerende Monumentenwet en/of gemeentelijke monumentenverordening van toepassing.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken voor wonen

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.5 onder f voor wonen in een inpandige (bedrijfs)woning met dien verstande dat:

  • a. sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. de waarden van de onder- en naastliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;
  • c. de meest recente regionale woonvisie en de gemeentelijke doorvertaling daarvan in acht wordt genomen;
  • d. het gemeentelijke kwaliteitsmenu in acht wordt genomen;
  • e. de (bedrijfs)woning binnen de bestaande hoofdbebouwing gelegen is.
3.6.2 Bedrijf en beroep aan huis

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.5 onder b voor de uitoefening van een bedrijf en beroep aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk in milieucategorie 1 en 2 zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen, met dien verstande dat:

  • a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
  • b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat:
    • 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
    • 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
  • c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.
  • e. de maximale oppervlakte in totaal 80 m², met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van aan huis gebonden beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn.
3.6.3 Afwijken voor bedrijvigheid

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.5 onder b voor een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen, met dien verstande dat:

  • a. sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. de activiteit uitsluitend op de begane grond wordt uitgevoerd;
  • c. de waarden van de onder- en naastliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;
  • d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien;
  • e. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.
3.6.4 Afwijken voor horeca

Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.5 onder c voor horeca in categorie 2 en/of 3, met dien verstande dat:

  • a. sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. de activiteit uitsluitend op de begane grond wordt uitgevoerd;
  • c. de waarden van de onder- en naastliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;
  • d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien;
  • e. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.