direct naar inhoud van 2.2 Provinciaal beleid
Plan: Bestemmingsplan Reppelveld 2012
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1640.BP12RoReppelveld-ON01

2.2 Provinciaal beleid

Provinciaal Omgevingsplan Limburg

Op 22 september 2006 is een nieuw Provinciaal Omgevingsplan (POL) vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg. Vervolgens is het nieuwe POL op 1 december 2006 gepubliceerd en daarmee in werking getreden. In de jaren erna hebben meerdere actualisaties plaatsgevonden.


Het POL 2006 een integraal plan dat verschillende, bestaande plannen voor de fysieke omgeving op de beleidsterreinen milieu, water, ruimte, mobiliteit, cultuur, welzijn en economie integreert. Het bevat de provinciale visie op de ontwikkeling van de kwaliteitsregio Limburg en beschrijft de ambities, de context en de hoofdlijnen van aanpak voor onderwerpen waarbij de provincie een rol speelt.


Het POL is het beleidskader voor de toekomstige ontwikkelingen van Limburg tot een kwaliteitsregio. De kwaliteitsregio Limburg wordt gedefinieerd als een regio waar het goed en gezond leven, wonen, leren, werken en recreëren is. Een regio die zich bewust is van de unieke kwaliteit van de leefomgeving en de eigen identiteit. En een regio die stevig is ingebed in internationaal verband. Ten behoeve van de kwaliteitsregio Limburg wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling. Dat is een ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.

Perspectief

Reppelveld behoort tot perspectief P5a "Ontwikkelingsruimte voor landbouw en toerisme". Het perspectief P5a “Ontwikkelingsruimte landbouw en toerisme” omvat gebieden met een overwegend landbouwkundig karakter in Noord- en Midden-Limburg waarbij plaatselijk ook omgevingskwaliteiten aan de orde kunnen zijn. Dit kunnen oude bouwlanden zijn, waarbij een gaaf cultuurhistorisch kavel-, wegen- en bebouwingspatroon samengaat met monumentale bebouwing en/of gebieden met een landschappelijke openheid. Andere kwaliteiten die hier kunnen voorkomen zijn o.a. stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, hydrologische bufferzones rondom natte natuurgebieden of leefgebied voor ganzen en weidevogels.

Met respect voor de aanwezige kwaliteiten wordt de inrichting en ontwikkeling van de gebieden in belangrijke mate bepaald door de landbouw. Het plangebied is gelegen binnen "contour plattelandskern".

Wonen

De provincie wil investeren in een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en bijdragen aan het realiseren van voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plaats. Inbreiding binnen en herstructurering van bestaande bebouwde gebieden gaat daarbij vóór uitbreidingslocaties.

Ook doelgroepen die niet op eigen kracht kunnen voorzien in hun woonbehoefte moeten adequaat worden gehuisvest. Het gaat hierbij om minder-draagkrachtigen, starters op de (koop-)woningmarkt, ouderen, asielzoekers, statushouders, verslaafden en mensen met een beperking. Vraag en aanbod naar verschillende vormen van huisvesting moeten beter op elkaar aansluiten.
Er moet in Limburg meer variatie in woonmilieus worden aangeboden. Bijvoorbeeld
in de vorm van bijzondere binnenstedelijke woonmilieus, intensief gemengde woon- en werkgebieden op kleine schaal, wooncomplexen met een hoog servicegehalte en luxe voorstedelijke woonmilieus.

De provincie wil dat in Limburg op een duurzame manier wordt gebouwd en verbouwd, zodat milieubelasting en energiegebruik worden teruggedrongen. Duurzaam bouwen moet een integraal onderdeel worden van het denk-, plan- en besluitvormingsproces over de gebouwde omgeving (woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur).


In Noord- en Midden-Limburg komt het verwachte omslagpunt van de groei in het aantal (in Midden-Limburg) aan de orde vanaf 2025. De demografische ontwikkelingen maken, dat (puur kwantitatief bekeken) per saldo de woningvoorraad in Noord- en Midden-Limburg nog moet doorgroeien met in totaal ca. 14.000 woningen. In de periode 2020-2030 heeft Midden- Limburg te maken met een reductie van ca. 1.000 woningen, terwijl in Noord-Limburg nog een groei met ca. 1.000 woningen aan de orde is. In de stadsregio's Venlo en Roermond speelt de herstructurerings- en transformatieopgave
echter al in vergelijkbare mate als in Zuid-Limburg. Nieuwbouw binnen de stadsregio's dient bij te dragen aan de herstructurering en/ of transformatie van verouderde gebiedsdelen binnen die regio.

Er blijft, rekening houdend met de (mogelijke effecten op) omgevingskwaliteiten in de omgeving, ruimte voor uitleglocaties aansluitend aan de plattelandskernen, hoewel ook hier de voorkeur blijft bestaan voor inbreiding (SER-ladder).


In regionale woningbouwprogramma's zal de balans tussen ontwikkeling van woningen binnen de contour, uitleglocaties grenzend aan de contour, nieuwe op zichzelf staande clusters, hergebruik van vrijkomende gebouwen en incidentele woningen in bestaande linten en clusters bepaald moeten worden.


Provinciale woonvisie Limburg

In de provinciale woonvisie voor Limburg staat beschreven hoe de woningvoorraadontwikkeling in de komende jaren vorm gegeven zou kunnen worden, welke rollen en taken de provincie daarbij kan en wil vervullen en hoe de provincie deze ambities tracht te realiseren.


Voor het beleidsveld 'wonen' is de doelstelling: "het streven naar de juiste woning op de juiste plek (en op het juiste moment beschikbaar)". Deze doelstelling stelt de woonconsument centraal. De provincie is er van overtuigd dat een omslag van een aanbodgerichte naar een vraaggerichte woningmarkt noodzakelijk is en bijdraagt aan "goed leven in Limburg". Het gaat er om een goed functionerende woningmarkt (en uiteindelijk leefomgeving) te scheppen en in stand te houden, waarin alle betrokkenen in hun behoeften kunnen voorzien en waarin dat ook in de toekomst voor de toekomstige betrokkenen mogelijk zal zijn. Het gaat dus om een duurzame ontwikkeling.

Woonregio Midden-Limburg Oost
De kern Roggel maakt deel uit van de woonregio Midden-Limburg Oost. Deze woonregio bestaat uit de gemeenten Roermond, Echt-Susteren, Roerdalen, Maasgouw en Leudal-Oost.

Het inwonertal is over zijn piek van net geen 235.000 inwoners heen. De komende jaren, tot 2030, gaat de regio ongeveer 12.000 (5%) inwoners minder tellen. Het aantal huishoudens groeit nog tot ca. 2025, waar een piek wordt bereikt van ruim 105.000 huishoudens.Tot die tijd is er nog een groei van ca. 5.000 huishoudens, met een nadruk op het 1e decennium.

55-plushuishoudens zijn en blijven lange tijd de groeiende doelgroep. In 2030 is ca. 40% van de huishoudens jonger dan 55 jaar en ca. 21% is 75-plus.

Anticiperend op de afnemende bevolkingsomvang en wijzigende samenstelling van huishoudens, mede door de vergrijzing dient de nog resterende groei maximaal te worden ingezet op een tijdige aanpassing van de samenstelling van de woningvoorraad.

Bij plattelandskernen zijn nog mogelijkheden voor uitleglocaties buiten, maar wel aangrenzend aan de contour.

Kwalitatieve opgave

De Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg zet in op sterke steden en vitaal platteland. Voor de regio betekent dit dat ingezet wordt op de versterking van de binnenstad van centrumgemeente Roermond en de leefbaarheid van de kernen op het platteland. Een regionaal streven daarbij is een migratiesaldo van nul.

De kwaliteit van de woningvoorraad wordt steeds belangrijker waardoor vernieuwing van de woningvoorraad noodzakelijk blijft. Herstructureringsmaatregelen (zoals sloop, verkoop en renovatie) zijn nodig om kwalitatieve mismatch tussen bestaande voorraad en behoefte te herstellen. Met de resterende groei van het aantal huishoudens wordt dan ook maximaal ingezet op een tijdige aanpassing van de samenstelling van die woningvoorraad.

De behoefte aan ‘wonen met zorg’ neemt toe. Zelfstandig wonen met zorg op afroep heeft de voorkeur (extramuralisering van de zorg). Levensloopbestendig bouwen vergroot de mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Aanvullend onderzoek naar de bestaande woningvoorraad zal verder inzicht bieden in deze kwalitateit, waarbij initiatieven van mantelzorg worden ondersteund.


Kwantitatieve opgave

De regio heeft ten aanzien van de kwantitatieve opgave afwijkend van de prognoses en de daarbij behorende kwaliteitsslag een onderbouwde ambitie ten aanzien van wonen.

Deze regionale ambities en omgevingsfactoren hebben naar verwachting van de regio een positiever effect op de ontwikkelingen van de woningbehoefte. Voor de komende planperiode wordt voor deze regio uitgegaan van een extra woningbehoefte van 500 woningen bovenop de prognoses van E,til.

De regio hanteert een planmarge van 150% van de behoefte tot aan de huishoudenstop, dit is inclusief de extra behoefte met betrekking tot de ambities. De huidige planvoorraad past (geheel of gedeeltelijk) binnen de kwalitatieve woningbehoefte, doch de te omvangrijke planvoorraad zal binnen de regio gefaseerd worden opgepakt.