Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Vlasstraat 27a te Heythuysen
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1640.BP12HyVlasstr27a-VG01

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen;
b. de uitoefening van een bedrijf aan huis, zoals vermeld in categorie 1 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten, en/of een beroep aan huis in hoofdgebouw bijbehorend bouwwerk op een oppervlakte van in totaal maximaal 30 m2, met dien verstande dat maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis (zie bijlage 2 bij de regels);
c. bijzondere woonvormen voor onder andere verstandelijk en lichamelijk gehandicapten;
 
met de daarbij behorende:
d. tuinen en erven;
e. voorzieningen van algemeen nut;
f. parkeervoorzieningen;
g. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.
  
6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen
a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen, bg’ worden gebouwd.
 
6.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. Nieuwe hoofdgebouwen zijn toegestaan.
b. Per bouwvlak is één woning toegestaan.
c. De goot- en bouwhoogte bij nieuwe hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 10 meter.
d. Het hoofdgebouw wordt uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd.
e. Het hoofdgebouw moet worden afgedekt met een kap, waarbij:
1. de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt;
 
6.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
a. Deze mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en ter plekke van de aanduiding ‘bijgebouwen, bg’
b. De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter.
c. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter.
 
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, gelden de volgende bepalingen:
a.       
bouwwerken geen gebouw zijnde, zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlaken de aanduiding ‘bijgebouwen, bg’;
b.      
In afwijking van artikel 6.2.4.a zijn erf- en terreinafscheidingen, met een maximale hoogte van 2 meter, wel toegestaan buiten het bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen, bg’, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 meter mag bedragen.
c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter.
  
6.3 Landschappelijke inpassing
6.3.1.
De landschappelijke inpassing van de locatie Vlasstraat 27a op de gronden met de bestemming ‘Wonen’ moet binnen een termijn van twee jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning op het betreffende perceel, zijn aangelegd overeenkomstig het beplantingsplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden;
 
6.3.2.
Onder beplantingsplan wordt in deze planregels verstaan de ‘Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing ‘Bouwplan Vlasstraat 27a’, Vlasstraat 27a, 6093 EE Heythuysen - PNR 6093EE27a-190811’ gedateerd 19 augustus 2011, opgesteld door Ir. Guido Paumen, Tuin- en landschapsarchitect Bnt (bijlage 1 bij de regels).
  
6.4 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de
bebouwing:
a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving;
c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
d. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
e. ter waarborging van de sociale veiligheid;
f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
g. ter waarborging van de externe veiligheid.
  
6.5 Afwijken van de bouwregels
6.5.1 Erkers
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid
6.2.1 onder a voor het realiseren van een erker of een overkapping ter plaatse van de entree van
de woning met dien verstande dat:
a. de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;
b. de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2;
c. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
d. de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd;
e. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.
 
6.5.2 Carport gedeeltelijk voor voorgevelrooilijn
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid
6.2.1 onder a en 6.2.3 onder c. voor het realiseren van een gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn gelegen carport met dien verstande dat:
a. de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt;
b. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt;
c. het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren;
d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
e. de achterzijde van de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk;
f. slechts één carport mag worden gerealiseerd.
 
6.5.3 Aanbouw, overkapping bij hoekwoningen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid
6.2.1 onder a voor het realiseren van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, overkapping of
carport aan de zijgevel bij een hoekwoning met dien verstande dat:
a. de voorgevelrooilijn met niet meer dan 3 meter overschreden wordt;
b. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 2 meter bedraagt;
c. de afstand tot aan de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt;
d. indien een garage wordt gerealiseerd de afstand van voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter dient te bedragen;
e. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
f. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2;
g. het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
h. slechts een bijbehorend bouwwerk, overkapping of carport mag worden gerealiseerd.
  
6.6 Specifieke gebruiksregels
6.6.1 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik
voor/van:
a. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorend bouwwerken betreft;
b. bewoning als afhankelijke woonruimte;
c. onbebouwde gronden voor de voorgevelrooilijn voor parkeren, tenzij het gronden betreft direct gelegen tussen de ingang van de bij het hoofdgebouw behorende garage of carport en de weg.
d. kamerbewoning;
e. erotisch (getinte) bedrijvigheid;
f. bedrijf aan huis, met uitzondering van het bepaalde in lid 6.1 onder c.
   
6.7 Afwijken van de gebruiksregels
6.7.1 Bedrijf aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.5.1 onder f. voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk in milieucategorie 1 en 2 zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat:
a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;
b.bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat:
1. geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Milieubeheer (Stb. 1993, 50) valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
d. parkeren dient geheel op het eigen terrein plaats te vinden; Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.
e. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw;
f. de maximale oppervlakte in totaal 80 m2 bedraagt, met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van aan huis gebonden beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn.
 
6.7.2 Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
6.5.1 onder a en b voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerken
bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:
a. het bijbehorende bouwwerk:
1. ten dienste staat van de betreffende woning op hetzelfde perceel;
2. een afhankelijke woonfunctie betreft;
3. een maximale oppervlakte heeft van 70 m2, tenzij de omstandigheden ter plaatse een andere afweging rechtvaardigen;
4. niet als zelfstandige woning wordt en zal worden gebruikt.
b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden, (agrarische) bedrijven en andere omgevingswaarden;
c. het bieden van zorg voortkomt uit een sociale relatie tussen de zorgbehoevende en zorgverlener;
d. aantoonbaar sprake is van een tijdelijke zorgbehoefte;
e.een indicatie van het centrum indicatiestelling zorg (CIZ) of daarmee gelijk te stellen indicatie benodigd is;
f. de omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van mantelzorg weer kan worden ingetrokken wanneer de noodzaak tot mantelzorg niet langer aanwezig is.
 
6.7.3 Kamerbewoning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
6.6.1 onder d. voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerken bij
een woning voor kamerbewoning, met dien verstande dat:
a. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
b. het gebruik met de aard van het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is;
c. parkeren geheel op eigen terrein dient plaats te vinden; indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.