Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Castertstraat 4 te Ell
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1640.BP12ElCastertstr4-ON01

Artikel 3 Agrarisch - Plantenkwekerij

3.1.Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Agrarisch – Plantenkwekerij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.de uitoefening van grondgebonden agrarisch bedrijf;
b. de uitoefening van een plantenkwekerij met teelt zowel in kassen alsook op containervelden;
c.bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning";
 
met de daarbij behorende:
d.tuinen, erven en terreinen;
e.parkeervoorzieningen, toegangswegen en inritten;
f.voorzieningen van algemeen nut;
g.waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen;
h.groen-/ landschappelijke inpassing.
waarbij geldt dat per bouwvlak één bedrijf mag worden gevestigd.
  
3.2.Bouwregels
 
3.2.1.Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen, niet zijnde woningen en bijbehorende bouwwerken bij woningen, gelden de volgende regels:
a.Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.
b.De goothoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 5,5meter;
c.De bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mag nietmeer bedragen dan 9,0 meter.
d. Ter plaatse van de aanduiding 'relatie' dienen de betrokken bouwvlakken te worden
beschouwd als één bouwvlak.
e.Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kas’ mag de goothoogte niet meer dan 7 meter en de bouwhoogte niet meer dan 8 meter bedragen.
 
3.2.2.Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van een bedrijfswoning (hoofdgebouw) gelden de volgende regels:
a.De bedrijfswoning is alleen toegestaan binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.
b.De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter;
c.De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter;
d.De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 900 m³.
 
3.2.3.Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
a.Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegelaten binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’ en niet voor de voorgevelrooilijn.
b.De maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken bedraagt 100 m2.
c.De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter.
d.De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter.
e.De minimale afstand tot de voorgevelrooilijn van de woning bedraagt 2 meter.
f.In afwijking van het bepaalde onder d. mogen bijbehorende bouwwerken tot in de voorgevelrooilijn worden opgericht indien de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens groter is dan 2 meter.
g.Indien sprake is van een garage dient de afstand van de voorgevel van de garage tot de bestemming ''Verkeer' minimaal 5 meter te bedragen.
h.Bij vrijstaande woningen dient de afstand van bijbehorende bouwwerken tot een van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 2 meter te bedragen.
 
3.2.4.Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen.
b.De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter.
c.Teeltondersteunende voorzieningen zoals regenkappen e.d. zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, met een maximale hoogte van 4 meter.
d. Voorzieningen ten behoeve van een containerveld zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – containerveld’.
e.Op de containervelden mogen geen bouwwerken worden opgericht welke dienen ter verhoging van de teelt. De teelt dient plaats te vinden op maaiveldniveau.
f.De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
  
3.3.Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing en de uitvoering van de landschappelijke inpassing:
a.ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
b.ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
c.ter waarborging van de verkeersveiligheid;
d.ter waarborging van de sociale veiligheid;
e.ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
f.ter realisatie van de landschappelijke inpassing zoals opgesteld door bureau G. Paumen (d.d. 19-03-2011/28-7-2011/21-04-2012).
  3.4 Landschappelijke inpassing
3.4.1.
De landschappelijke inpassing van de locatie Castertstraat 4 te Ell op de gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Plantenkwekerij’ moet binnen een termijn van twee jaar na de het onherroepelijk worden van onderhavig bestemmingsplan zijn aangelegd overeenkomstig het landschapsplan en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden.
 
3.4.2.
Onder landschapsplan wordt in deze planregels verstaan de ‘Landschappelijke inpassing bouwplan ‘M.M.J.M. Stals’, Castertstraat 4, 6011 SL Ell - PNR 6011SL4-190311/280711/210412’ gedateerd 19 maart 2011 en aangepast op 28 juli 2011 en 21 april 2012, opgesteld door Ir. Guido Paumen, Tuin- en landschapsarchitect Bnt (bijlage 5 bij de toelichting).
  
3.5.Afwijken van de bouwregels
 
3.5.1.Erkers
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a voor het realiseren van een erker of een overkapping ter plaatse van de entree van de woning met dien verstande dat:
a.de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;
b.de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2;
c.de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
d.de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd;
e.de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.
 
3.5.2.Carport gedeeltelijk voor voorgevelrooilijn
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 onder a en 3.2.3 onder e. voor het realiseren van een carport tot gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn met dien verstande dat:
a.de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt;
b.de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt;
c.het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren;
d.de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
e.de achterzijde van de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk;
f.slechts een carport mag worden gerealiseerd.
  
3.6.Specifieke gebruiksregels
 
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
a.geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
b.detailhandel, behoudens detailhandel welke ondergeschikt is aan de ter plaatse
verrichte bedrijfsactiviteiten;
c.kamperen;
d.het gebruik van gebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning, voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid.
  
3.7.Afwijken van de gebruiksregels
 
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.6 onder d. voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerken bij een bedrijfswoning als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:
a.het bijbehorende bouwwerk:
1.ten dienste staat van de betreffende woning op hetzelfde perceel;
2.een afhankelijke woonfunctie betreft;
3.een maximale oppervlakte heeft van 70 m2, tenzij de omstandigheden ter plaatse een andere afweging rechtvaardigen;
4.niet als zelfstandige woning wordt en zal worden gebruikt.
b.er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen ten aanzien van omwonenden, (agrarische) bedrijven en andere omgevingswaarden;
c.het bieden van zorg voortkomt uit een sociale relatie tussen de zorgbehoevende en zorgverlener;
d.aantoonbaar sprake is van een tijdelijke zorgbehoefte;
e.een indicatie van het centrum indicatiestelling zorg (CIZ) of daarmee gelijk te stellen indicatie benodigd is;
f.de omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van mantelzorg weer kan worden ingetrokken wanneer de noodzaak tot mantelzorg niet langer aanwezig is.
  
3.8.Wijzigingsbevoegdheid
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch - Plantenkwekerij' ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ te wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de overige gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Plantenkwekerij’ in de bestemming ‘Agrarisch’ indien de activiteit ter plaatse is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet, met dien verstande dat:
a.het gebruik als wonen vanuit Milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is;
b.sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
c.het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;
d.de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast;
e.bij wijziging de meest recente regionale woonvisie in acht wordt genomen;
f.de bouw- en gebruiksregels voor de bestemming 'Wonen' van het bestemmingsplan Buitengebied Hunsel onverkort van toepassing blijven.