Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Kuiperweg 15 te Kelpen-Oler
Status: ontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.1640.BP11KoKuiperweg15-ON01

Artikel 3 Agrarisch

3.1. Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Agrarisch’ aangeduide gronden zijn bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, waarbij splitsing van dat bedrijf is uitgesloten. Op de als zodanig bestemde gronden zijn toegelaten:
a.  gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering;
b.  ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’: één agrarisch bedrijf;
c.  ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’: één bedrijfswoning;
d.  ter plaatse van de aanduiding ‘erf’: een tuin c.q. erf ten behoeve van de zorgboerderij;
e.  ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij’: een dagopvang en een 24-uurs opvang ten behoeve van mensen met diverse hulp- en/of zorgvraag, met de daarvoor benodigde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
f.  boven- dan wel ondergrondse infiltratievoorzieningen.
  
3.2. Bouwregels
 
Op de voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden gelden de volgende regels inzake de bebouwing:
a.  per bouwblok mag slechts één agrarisch bedrijf worden opgericht;
b.  de bebouwing ten behoeve van het onder a. bedoelde agrarisch bedrijf, mag uitsluitend worden opgericht binnen het aangegeven bouwvlak, met dien verstande dat erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, en infiltratievoorzieningen tevens buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht;
c.  er mag binnen het bouwvlak slechts één agrarische bedrijfswoning worden opgericht;
d.  behoudens afwijkingen middels omgevingsvergunning, geldt ten aanzien van de maximale maten van de bebouwing het volgende schema:
 
a. Bedrijfsgebouwen
 
max. goothoogte:
4 meter
max. nokhoogte:
10 meter
b. Silo’s voederberging
 
max. hoogte:
10 meter
c. Separate mestopslag
 
max. hoogte:
4 meter
max. inhoud:
2.500 m3
d. Kassen:
 
max. oppervlaktemaat
-     100 m2 ten behoeve van zorgactiviteiten;
-     geen maximale oppervlaktemaat ter plaatse waar een (glas)tuinbouwbedrijf is toegestaan
max. goothoogte:
4,50 meter
max. bouwhoogte:
6,50 meter
e. Bedrijfswoning:
 
max. aantal:
1
max. goothoogte:
5,50 meter
max. nokhoogte:
8 meter
max. inhoud:
750 m3
max. opp. resp. goothoogte bijgebouwen
120 m2/3 meter
f. Gebouwen binnen de aanduiding ‘zorgboerderij’
 
max. goothoogte:
4 meter
max. bouwhoogte:
9 meter
g. Afstand van de bebouwing tot de as van de verharde weg:
 
- weg breder dan 10 meter
15 meter
- overige gevallen
10 meter
h. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
max. hoogte
2,50 meter
 
e.  per agrarisch bouwblok mogen óf 2 recreatiewoonverblijven dan wel 2 trekkershutten worden opgericht óf 1 recreatiewoonverblijf plus 1 trekkershut;
f.  de maximale vloeroppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 25 m2 bedragen;
g.  de maximale vloeroppervlakte per recreatiewoonverblijf mag niet meer dan 40 m2 bedragen, waarbij zij opgemerkt dat de recreatiewoonverblijven dienen te worden opgericht binnen de bestaande opstallen.
  
3.3. Nadere eisen
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de afmetingen en situering van de bebouwing:
a.  ten behoeve van de landschappelijke inpassing van bedrijven en de karakteristieken van het gebied;
b.  om verdroging tegen te gaan;
c.  ten behoeve van de bescherming van bestaande cultuurhistorische waarden.
  
3.4. Afwijken van de bouwregels
 
Burgemeester en wethouders kunnen middels omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a.  artikel 3.2. onder d., sub a. voor het ophogen van de goothoogte, respectievelijk de nokhoogte van de bedrijfsgebouwen tot 6,50, respectievelijk 12 meter, uitsluitend voor zover is aangetoond dat dit om bedrijfstechnische redenen dan wel voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
b.  artikel 3.2. onder d., sub b., voor het ophogen van de genoemde hoogte van silo’s/voederbergingen tot een maximum van 15 meter;
c.  artikel 3.2. onder d., sub d. voor het vergroten van de maximale goot-, respectievelijk nokhoogte van kassen, tot ten hoogste 5 meter, respectievelijk 7 meter, mits:
    1. de gewassen die worden geteeld een grotere hoogte noodzakelijk maken;
    2. de bedrijfseconomische noodzaak daartoe is aangetoond;
d.  artikel 3.2. onder d., sub e. voor het vergroten van de oppervlakte van de bij eenzelfde bedrijfswoning behorende bijgebouwen tot ten hoogste 200 m2, mits de bijgebouwen:
    1. landschappelijk kunnen worden ingepast;
    2. passen binnen de bestaande bebouwing;
    3. niet meer dan 25 meter van het hoofdgebouw worden gebouwd;
e.  artikel 3.2. onder d., sub e. voor het vergroten van de inhoud van de bedrijfswoning met maximaal 200 m3 vergeleken met de inhoud van deze woning ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan, mits:
    1. de uitbreiding bedoeld is voor de huisvesting van het voormalige agrarische bedrijfshoofd (rustende boer);
    2. is aangetoond dat de huisvesting van het voormalige agrarische bedrijfshoofd niet gerealiseerd kan worden in de omvang van de bedrijfswoning, zoals die ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan bestond;
    3. is aangetoond dat de huisvesting van het voormalig agrarische bedrijfshoofd in de bestaande bedrijfswoning noodzakelijk is gelet op de aard, de omvang en de continuïteit van het agrarische bedrijf;
    4. is aangetoond dat daardoor geen cultuurhistorische en architectonische waarden worden aangetast.
  
3.5. Specifieke gebruiksregels
 
3.5.1 Gebruik van de gronden
Ten aanzien van de bestemming ‘Agrarisch’ kunnen de volgende specifieke gebruiksregels worden gegeven:
a.  kleinschalig kamperen bij de boer is toegestaan binnen het bouwvlak. Per agrarisch bedrijf zijn maximaal 15 kampeermiddelen toegestaan;
b.  trekkershutten en recreatiewoonverblijven worden meegerekend bij de bepaling van het maximaal toegestane aantal kampeermiddelen per agrarisch bedrijf;
c.  permanente bewoning van voor recreatief gebruik bedoelde bebouwing wordt als strijdig gebruik aangemerkt;
d.  het verlenen van bed and breakfast is binnen de agrarische bedrijfsvoering toegestaan, mits daartoe uitsluitend het woonhuis c.q. de bedrijfswoning worden aangewend. Het gebruik van bijgebouwen voor het verlenen van bed and breakfast is niet toegestaan;
e.  naast de agrarische bedrijfsvoering is in het kader van de verbrede plattelandsontwikkeling de verkoop van producten van het agrarisch bedrijf toegestaan, met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve daarvan ten hoogste 25 m2 bedraagt;
f.  behoudens een omgevingsvergunning mogen de gronden en opstallen niet worden gebruikt voor paardenhouderij of paardenpension.
 
3.5.2 Verboden gebruik van gronden
Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tenminste verstaan gebruik van de grond:
a. indien de agrarische bedrijfsvoering wordt beëindigd, wordt het gebruik van de bebouwing, ter plaatse van de gronden met de aanduiding ‘zorgboerderij’ conform de in het plan opgenomen gebruiksmogelijkheden, als strijdig gebruik aangemerkt;
b.  bewoning anders dan toegelaten op grond van deze bestemmingsplanregeling, zoals nader beschreven in artikel 3.1, wordt als strijdig gebruik gezien.
  
3.6. Afwijken van de gebruiksregels
 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om middels omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 3.5 onder f. en toestaan dat de gronden en opstallen worden gebruikt voor paardenhouderij of paardenpension, eventueel met een rijhal voor het inrijden van paarden. Het gebruik voor een manege behoort uitdrukkelijk niet tot de mogelijkheden.
  
3.7. Wijzigingsbevoegdheid
 
3.7.1
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in artikel 3.1 bedoelde gronden ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij (zbo)’ te wijzigen in de aanduiding ‘agrarisch bedrijf (ab)’, mits:
a.  de vergroting van het bouwvlak noodzakelijk is in verband met een vanwege bedrijfseconomische dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijke uitbreiding van het agrarische bedrijf;
b.  het woon- en leefklimaat niet onevenredig worden aangetast;
c.  de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie Limburg bij de vergroting van het agrarisch bouwvlak worden toegepast.
 
3.7.2
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in artikel 3.1 bedoelde gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf (e)’ te wijzigen in de aanduiding ‘erf behorende bij het agrarisch bedrijf (e-ab)’, mits:
a.  de vergroting van het erf noodzakelijk is in verband met een vanwege bedrijfseconomische dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijke uitbreiding van het agrarische bedrijf;
b.  het woon- en leefklimaat niet onevenredig worden aangetast;
c.  de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in het Limburgs Kwaliteitsmenu van de provincie Limburg bij wijziging van het gebruik van het erf worden toegepast.