Naar toelichting

 

Naar bijlagen bij toelichting

 

 

 

Regels en ontheffingen deel uitmakend van het bestemmingsplan “Herziening bouwblok Haelerweg 63a” te Horn van de gemeente Leudal    

 

INHOUD

 

HOOFDSTUK 1  INLEIDENDE REGELS                                                         

Artikel    1.       Begrippen

Artikel    2.       Wijze van meten

 

HOOFDSTUK 2    BESTEMMINGSREGELS  

Artikel    3.       Wonen

Artikel     4.       Agrarisch met waarden-landschapswaarden

 

HOOFDSTUK 3    ALGEMENE REGELS

Artikel    5.       Anti-dubbeltelbepaling

Artikel    6.       Algemene bouwregels

Artikel    7.       Algemene gebruiksregels

Artikel    8.       Algemene ontheffingsregels

Artikel    9.       Algemene wijzigingsregels

Artikel   10 .       Algemene procedureregels

Artikel   11.       Overige regels

 

HOOFDSTUK 4    OVERGANGS – EN SLOTREGELS  

Artikel   12.       Overgangsrecht

Artikel   13.       Slotregel

 

 

 
HOOFDSTUK 1  INLEIDENDE REGELS    

 

 

Artikel 1.            BEGRIPPEN

 

In deze regels wordt verstaan onder:

                           

1.           het plan:

het bestemmingsplan Buitengebied “Herziening bouwblok Haelerweg 63a ” te Horn  van de gemeente Leudal met de plankaart en de regels;

 

2.           het bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand  NL.IMRO.1640.BP10HoHaelerweg63a-ON02 met de bijbehorende regels;

 

3.           aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

 

4.           aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

 

5.           aan huis gebonden beroep:

een beroep, of het verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;

 

6.           bebouwing:

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

7.           bebouwingspercentage:

een op de bestemmingenkaart of in de voorschriften aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 

 

8.           bestaand:

aanwezig op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerpplan, tenzij anders is bepaald;

 

9.           bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

 

10.      bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak, met eenzelfde bestemming;

 

11.      bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

12.      bijgebouw:

een gebouw, dat ten dienste staat en ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen woning, maar daar geen deel van uitmaakt;

 

13.      bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

 

14.      bouwperceelsgrens:

de grens van een bouwperceel;

 

15.      bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;

 

16.      bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

 

17.      bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

 

18.      detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horecabedrijven;  

 

19.      erotisch getinte horeca:

een bedrijf dat ten doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van handelingen, voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard en tevens het daarbij behorende bedrijfsmatig verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken ten behoeve van het gebruik ter plaatse: onder dit begrip vallen tevens een sexclub, sexbioscoop en sexautomatenhal;

 

20.      gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

 

21.      horecabedrijf;

een bedrijf, dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, zulks met uitzondering van erotisch getinte horeca;

 

22.      onderkomens:

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

 

23.      overige dienstverlening:

een bedrijf dat is gericht op het leveren van consumentverzorgende diensten, zoals taxibedrijven, reisbureau’s, kapsalons, wasserettes en stomerijen, sauna’s, zulks met uitzondering van erotisch getinte horeca;

 

24.      peil:

de bovenkant van de afgewerkte vloer ter plaatse van de toegang van de woning aan de voorgevel;

 

25.   verbeelding:

de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied “Herziening bouwblok Haelerweg 63a” te Horn van de gemeente Leudal, bestaande uit de digitale en analoge verbeelding met NL.IMRO.1640.BP10HoHaelerweg63a-ON02;

 

26.      woning:

een (gedeelte van) een gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

 

                           

 

Artikel 2.            WIJZE VAN METEN

                      

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

a.    De lengte, de breedte en de diepte van een bouwwerk:
Tussen
(de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren);

b.    Het grondoppervlak van een bouwwerk:
Tussen
(de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren);

c.     De oppervlakte van een bouwwerk:
T
ussen
de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

d.    De (bouw)hoogte van een bouwwerk:
Vanaf
het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

e.    De goothoogte van een bouwwerk:
V
anaf
bovenkant begane grondvloer tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

f.      De inhoud van een bouwwerk:
Tussen
de bovenkant begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de bovenzijde dakconstructie;

g.    De breedte van een zone langs een watergang:
Vanaf
de insteek van de betreffende zijde van de watergang;

h.    De dakhelling:
L
angs
het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

 

 

HOOFDSTUK BESTEMMINGSREGELS

 

Artikel 3.          WONEN

 

3.1.        Bestemmingsomschrijving

 

De gronden op de verbeelding aangegeven voor “Wonen” zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven.

 

3.2.        Bouwregels

 

3.2.1  Algemeen

 

Op de voor “Wonen” aangewezen gronden  mogen uitsluitend worden gebouwd:

a.  woningen;

b.  bijgebouwen;

c.   bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

d.  tuinen en erven;

e.  bijbehorende voorzieningen.

 

3.2.2   Regels voor het bouwen van een woning

 

Voor het bouwen van een woning gelden de aanduidingen alsmede de volgende bepalingen:

a.   er is maximaal één woning toegestaan;

b.   de woning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

c.   de voorgevel van de woning dient in, dan wel maximaal 5 meter achter de op plankaart opgenomen voorgevelrooilijn geplaatst te worden;

d.   de goothoogte bedraagt maximaal  7 meter;

e.   de afstand van de woning tot zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter;

f.     de inhoud van een woning mag maximaal 750 bedragen.

 

3.2.3   Regels voor het bouwen van bijgebouwen

 

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.       bijgebouwen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.       de gezamenlijk bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 ;

c.        de goothoogte mag niet meer dan 3,5 meter bedragen;

d.       de nokhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 meter bedragen;

e.       de bijgebouwen mogen een maximale afstand tot het hoofdgebouw hebben van 20 meter.


3.2.4   Regels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.       de hoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen;

b.       ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen;

c.        de maximale oppervlakte van een niet overdekt zwembad bedraagt 100 .

 

3.3.        Ontheffing van de bouwregels

 

3.3.1

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.2.3 voor een groter oppervlakte van bijgebouwen ten behoeve van praktijkruimten en kantoren ten behoeve van beoefenaars van aan huis gebonden beroepen, met dien verstande, dat:

a.  de oppervlakte van de gebouwen welke voor de bedrijfsuitoefening wordt gebruikt niet meer dan 40% van de begane grond van de woning en bijgebouwen als zodanig mag bedragen. De totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer dan 80 m2 bedragen;

b.  er geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu;

c.   door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest. Dit houdt onder meer in dat geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden;

d.  het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare parkeerplaatsen zijn;

e.  degene die de bedoelde activiteiten uitvoert tevens op hetzelfde perceel woont;

f.    detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de ontheffing is verleend;

g.  activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldings- c.q. vergunningsplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat er geen overlast voor de omgeving zal optreden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.

 

3.4.        Specifieke gebruiksregels

 

Onder strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt tenminste verstaan:

a.       het gebruik van bijgebouwen voor permanente of tijdelijk bewoning;

b.       het gebruik van bouwwerken voor horeca- en detailhandelsdoeleinden en erotisch getinte horeca, de uitoefening van een beroepsmatige activiteit in de woning daaronder niet begrepen;  

c.        het gebruik van bouwwerken voor opslagdoeleinden.

 

3.5.        Ontheffing van de gebruiksregels

 

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.4 sub b voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in de woning en/of bijgebouwen onder voorwaarden dat:

a.       geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving en  de desbetreffende woning;

b.       indien ten gevolge van deze ontheffing een aantasting te verwachten is van de kwaliteit van het aangrenzende woonmilieu geen ontheffing wordt verleend;

c.        het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen;

d.       het geen detailhandel betreft, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met de uitgeoefende bedrijfsactiviteiten.

 

Bij het verlenen van ontheffing door Burgemeester en Wethouders wordt de procedure in acht genomen zoals vermeld in artikel 10.

 

 

Artikel 4              Agrarisch met waarden-Landschapswaarden

 

4.1.        Bestemmingsomschrijving

De voor Agrarisch met waarden-Landschapswaarden (AW-L) aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.            het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden;

b.            duurzaam agrarisch grondgebruik.

 

 

4.2.        Bouwregels

 

4.2.1   Toelaatbaarheid van bouwwerken

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in lid 4.1.  omschreven bestemming.

4.2.2   Maatvoering

De bouwhoogte van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 2 meter.

4.3.        Specifieke gebruiksregels

 

Het is verboden de gronden en bouwwerken geen gebouwen zijnde , te gebruiken of te laten gebruiken voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, het aanbrengen van permanente teeltondersteunende voorzieningen, het plaatsen van kampeermiddelen, voor het beoefenen van lawaaisporten, voor volkstuinen en voor reclamedoeleinden.

 


HOOFDSTUK 3   ALGEMENE REGELS

 

 

Artikel 5.            ANTI-DUBBELTELBEPALING

 

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan,  waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 


Artikel 6.            ALGEMENE BOUWREGELS

 

Op de gronden, begrepen in het plan, is het te verboden te bouwen:

a.       een bouwwerk of een complex van bouwwerken, indien daardoor een ander bouwwerk of complex van bouwwerken met het daarbij behorende bouwperceel, hetzij niet langer blijven voldoen aan, hetzij in grotere mate zal gaan afwijken van het plan.

 


Artikel 7.            ALGEMENE GEBRUIKSREGELS

 

7.1.        Algemene gebruiksregels van de gronden

 

7.1.1

Het is verboden de gronden te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan gegeven bestemming.

 

7.1.2

Burgemeester en Wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in 7.1.1 indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt.

 

7.1.3

Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in 7.1.1 wordt tenminste verstaan het gebruik:

a.       voor opslag, al dan niet voor de verhuur of de verkoop van machines, voer- of vaartuigen, welke bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

b.       voor het opslaan, storten of bergen van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemmingsgerichte gebruik van de grond.

 

7.2.        Algemene gebruiksregels van bouwwerken

 

7.2.1

Het is verboden de bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming.

 

7.2.2

Burgemeester en Wethouders verlenen ontheffing van het in 7.2.1 bepaalde, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt.

 

 


Artikel 8.            ALGEMENE ONTHEFFINGSREGELS

                      

8.1.        Algemene ontheffingsregels

 

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels ontheffing kan worden verleend, zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de desbetreffende bepalingen van het plan voor:

a.       het afwijken van de voorgeschreven maten ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten, dakhellingen, bouwperceelgrensafstanden en bebouwde oppervlakten met ten hoogste 10%, met dien verstande dat de bouwgrenzen niet overschreden mogen worden;

b.       het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut,  zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, afvalcontainers en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits:
1. de oppervlakte per bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 ;
2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter;
3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag bedragen;

c.        geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein;

d.       het in geringe mate afwijken van een bestemmingsgrens alsmede de vorm van bouwvlakken, voor zover zulks noodzakelijk en/of wenselijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen;

e.       het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen en zenden van radio- en televisiesignalen en telecommunicatie doeleinden, voor zover deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer bedraagt dan 15 meter voor antennes voor privégebruik en niet meer dan 40 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik.

 

 

8.2.        Procedure  

 

Bij toepassing van de ontheffingsbevoegdheid als bedoeld in 8.1. geldt de procedure zoals vervat in artikel 10.

 


Artikel 9.            Algemene wijzigingsregels

 

9.1.        Wijzigingsbepaling

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

 

9.1.1

Een enigszins andere situering en/of begrenzing van het bouwvlak, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan, waarvan de realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht, nodig zijn, mits de oppervlakte met niet meer dan 20% wordt gewijzigd.

 


Artikel 10.          ALGEMENE PROCEDUREREGELS

 

Bij het verlenen van ontheffing ingevolge de in deze regels opgenomen ontheffingsmogelijkheden ex artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: 

  1. het ontwerp van het ontheffingsbesluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie;
  2. burgemeester en wethouders geven voorafgaand aan deze terinzagelegging kennis van de aanvraag of het ontwerpbesluit en de terinzagelegging ervan in één of meer dag-, nieuws, of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid;
  3. in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders;
  4. de overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen worden betrokken bij het besluit omtrent verlening van ontheffing.

 

 


Artikel 11.           OVERIGE REGELS

 

11.1.  Wettelijke regels

 

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals die luiden op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerpplan.

 

11.2.   Gemeentelijke regels

 

Indien en voor zover in deze regels of op de plankaart wordt verwezen naar gemeentelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerpplan.

 


 

HOOFDSTUK 4  OVERGANGS – EN SLOTREGELS  

 

Artikel 12.          OVERGANGSRECHT

                      

12.1.   Overgangsrecht bouwwerken

 

12.1.1

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gedaan.

 

12.1.2

Burgemeester en Wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het  bepaalde in 12.1.1 voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde in 12.1.1 met maximaal 10 %.

 

12.1.3

Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2.   Overgangsrecht gebruik

 

12.2.1

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

 

12.2.2

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het 12.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

 

12.2.3

Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

 

12.2.4

Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

12.3.   Procedure ontheffingsbevoegdheid

 

Bij toepassing van de ontheffingsbevoegdheid als bedoeld in 12.1.2 geldt de procedure zoals vervat in artikel 10.

 

 


Artikel 13.          SLOTREGEL

 

Deze regels worden aangehaald onder de titel:

 

“Regels, deel uitmakende van het bestemmingsplan Buitengebied “Herziening bouwblok Haelerweg 63a” te Horn  van de gemeente Leudal.

 

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van de gemeente Leudal van 

2010.

 

                           

 

 

De voorzitter,

 

 

 

De griffier,