direct naar inhoud van Artikel 5 Waterstaat - Beschermingszone watergang
Plan: Bestemmingsplan 'Hornerheide'
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1640.BP09HoHornerheide-VG02

Artikel 5 Waterstaat - Beschermingszone watergang

5.1 Bestemmingsomschrijving

De gronden bestemd als "Waterstaat - Beschermingszone watergang" zijn, behalve voor de aan de grond gegeven bestemmingen, primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen de directe omgeving van het plangebied gelegen watergang, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de watergang.

5.2 Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. op deze gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang.
  • b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat ze naar aard en afmetingen bij de bestemming passen.

5.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, gehoord het betreffende waterschap, ontheffing verlenen van het bepaalde in 5.2 sub a, ten behoeve van bouwwerken als toegestaan ingevolge de ter plaatse aangewezen bestemming, mits door de bouw of situering van de bouwwerken als bedoeld onder a en b van lid 5.2 geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterhuishoudkundige functie dan wel geen onevenredige schade aan de specifieke ecologische waarden wordt of kan worden toegebracht.

5.4 Aanlegvergunning
  • a. In afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen van deze planregels is het, voor zover niet reeds gebonden aan een vergunning op grond van de bestemming en/of de van toepassing zijnde Keur van het Waterschap, verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van Burgemeester en Wethouders de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    (1) het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen;
    (2) het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem;
    (3) het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse kabels of leidingen;
    (4) het wijzigen van het bestaande bodemniveau door ophogingen of afgravingen of het verrichten van andere graafwerkzaamheden;
    (5) het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen of beplantingen welke dieper wortelen dan 0,75 meter;
  • b. Het verbod als bedoeld in 5.4. sub a is niet van toepassing:
    (1) voor normale onderhoudswerkzaamheden;
    (2) voor werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
    (3) voor werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik;
    (4) voor het periodiek kappen van hakhout, voor zover betreffende de normale uitoefening van het toegelaten bodemgebruik en voor zover de Boswet of krachtens die wet gestelde voorschriften van toepassing zijn;
    (5) voor normaal spitwerk tot een diepte van niet meer dan 0,30 meter;
    (6) voor werken en werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn, dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning kunnen worden uitgevoerd.
  • c. De werken of werkzaamheden onder 5.4. sub a zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 5.1 genoemde waarden niet onevenredig worden en kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. Alvorens te beslissen omtrent de vergunning wordt het betreffende Waterschap gehoord.